Als kleine jongen was ik bang
Was ik toch zo bang in bed
Hett Licht moest aanblijven
De deur moest altijd op een kier gezet

Ik dacht aan rovers bij het raam
Aan spoken achter 't behang
Dan kwam m'n moeder en ze gaf
Heel lief een nachtzoen op m'n wang
En ze zei: "Ach dat licht is dat nou wel nodig"

refr.:
Laten we het licht uitdoen
En ook de kaarsen doven
Om samen in het donker
In een sprookje te geloven

Ik was soldaat en op een nacht
Ging ik op bivak met 't kamp
Ik schreef een brief, een brief aan jou
Toen de sergeant riep: "Uit die lamp
Spionnen in het struikgewas
De vijand sluipt over de hei
Als z' ons zien, is 't jouw schuld"
Ik dacht aan wat m'n moeder zei
En ze zei: "Ach dat licht, is dat nou wel nodig"

refr.

Ik ben geen rover bij het raam
Geen spook van achter het behang
Geen enge man onder je bed
Maar meisjelief, wees maar niet bang
De nacht is veel te snel weer om
Kom nog wat dichterbij
Ik geef een nachtzoen op je wang
En dacht aan wat m'n moeder zei

refr.

Laten we het licht uitdoen